Opiniestuk over belastend werk

woensdag, 28 september, 2011

Met of zonder regering, de sociale gesprekspartners moeten de evolutie van de tewerkstellingsgraad van 55-plussers in België beoordelen en vergelijken met de situatie in de andere landen van de Europese Unie. Het Generatiepact (2006) dat voornamelijk tot doel heeft de loopbaan van de werknemers in ons land te verlengen bepaalde inderdaad dat een dergelijke evaluatie moest gebeuren. De politieke partijen en Europese instanties wachten ook op deze analyse. Enerzijds bevat de nota van formateur Di Rupo een onderdeel met als titel « Meer oudere werknemers aan het werk helpen », waarin de brugpensioenleeftijd wordt opgetrokken. Anderzijds zijn er de aanbevelingen van de Europese Commissie van juni 2011 die ons aanmaant « de uitgaven die gepaard gaan met de vergrijzing te verminderen door de brugpensioenen aan te pakken en door de wettelijke pensioenleeftijd op de levensverwachting af te stemmen ». Dit alles tegen een achtergrond van begrotingscrisissen in de Europese lidstaten en paniek op de financiële markten. Deze doelstellingen en aanbevelingen bekijken het eindeloopbaandossier echter uitsluitend vanuit economisch oogpunt: de kostprijs van de vergrijzing, de tewerkstellingsgraad, de verlaging van de overheidsuitgaven,… Maar de vraag moet ook worden gesteld hoe het staat met de gezondheidstoestand van de werknemers? Is het mogelijk met de arbeidsorganisatie en de arbeidsmarkt van vandaag om de beroepsloopbanen te verlengen?

Eerst en vooral lijkt het ons belangrijk eraan te herinneren dat arbeid sociale ongelijkheden teweegbrengt. De levensverwachting van de werknemers wordt beïnvloed door de aard van de taken die ze uitvoeren. In dat verband stellen we in België vast dat de levensverwachting in een goede gezondheidstoestand voor een man zonder diploma 18 jaar lager ligt dan voor een man met een hogere opleiding. Bij vrouwen is dat verschil nog groter. Een vrouw zonder diploma heeft een levensverwachting in goede gezondheid die 25 jaar lager ligt dan een vrouw met een hoger diploma[1].

We wijzen er eveneens op dat de verschillen in levensverwachting afnamen tijdens de eerste veertig jaar na de Tweede Wereldoorlog, maar dat ze nu weer toenemen. Het is een gevolg van de globale stijging van de ongelijkheden in vermogen en inkomsten. Ondanks de vele cijfers die we terugvinden in de literatuur is er vandaag nood aan een Belgische studie over de invloed van het werk op de gezondheid van de werknemers en werkneemsters, vooraleer er beslissingen worden genomen over de verlenging van de loopbanen.

Als het gaat over schadelijke arbeidsvoorwaarden noemen wij als drie belangrijke oorzaken de materiële arbeidsomstandigheden (zoals gevaarlijke blootstellingen), de werkorganisatie (zoals werkritme of controle van de productiviteit) en de werkonzekerheid (wankele contracten, onzekerheid op de arbeidsmarkt,…). Werknemers worden hoe langer hoe meer geconfronteerd met flexibiliteit, stress, precaire contracten en hoge werkritmes, maar zijn wij ons bewust van de gevolgen daarvan op hun gezondheidstoestand? Trouwens, door het feit dat arbeidsvoorwaarden door zoveel factoren worden beïnvloed slaat de problematiek van het belastend werk zeker niet uitsluitend op de arbeiders en werknemers zonder diploma.

Zoals al gezegd wordt er in België en Europa een lineaire verlenging van de loopbanen aanbevolen om het hoofd te bieden aan de demografische uitdagingen en aan het overheidstekort. Maar dit politieke standpunt houdt helemaal geen rekening met het feit dat oudere werknemers langer aan het werk houden ook uitgaven meebrengt. Volgens het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) loopt een oudere werknemer acht keer zoveel risico op een dodelijk arbeidsongeval als een jongere werknemer. Verder leiden 16,7% van de arbeidsongevallen in de leeftijdsgroep van 60 jaar en meer tot blijvende arbeidsongeschiktheid, tegenover 6% bij de werknemers van 20-29 jaar[2]. Daar moet nog bijgezegd worden dat de lagere recuperatiegraad van de oudere werknemers langere arbeidsongeschiktheid met zich meebrengt en ook zwaardere gevolgen en letsels. De verlenging van de beroepsloopbaan verhoogt ook het risico op ziekten die verband houden met het beroep. Het is nu eenmaal zo dat de kans om op het einde van de loopbaan een beroepsziekte op te lopen en om die ziekte te zien verslechteren, bepaald wordt door de jaren blootstelling aan oorzakelijke factoren.

Naast de gevolgen voor de gezondheid van de werknemers mag de politieke wereld de kostprijs niet onderschatten die de gemeenschap zal moeten dragen voor de blinde verlenging van de beroepsloopbanen. Indien men de tewerkstelling wil bevorderen op hogere leeftijd moet er grondig worden ingegrepen in de arbeidsorganisatie (verbetering en preventie). Overigens vinden wij het noodzakelijk de arbeidsvoorwaarden van alle werknemers te verbeteren, vanaf het begin van de loopbaan tot het einde. Niemand wil zijn leven verliezen om zijn brood te verdienen.

Bij wijze van besluit verwerpen wij iedere lineaire en blinde verlenging van de beroepsloopbanen. Wij pleiten er integendeel voor dat de huidige brugpensioenstelsels in stand worden gehouden en ook opengesteld worden voor alle werknemers die het slachtoffer zijn van belastend werk. Ook werknemers die nu al kampen met een slechte gezondheid moeten de kans krijgen om hun loopbaan vroeger stop te zetten. In het kader van het debat over het einde van de loopbanen moeten de politici er rekening mee houden dat arbeid zorgt voor sociale ongelijkheden op het gebied van gezondheid en levensverwachting. Zij moeten ook rekening houden met de kosten die worden veroorzaakt wanneer oudere werknemers langer aan het werk blijven. Ten slotte vragen we dat er ten gronde wordt nagedacht over de arbeidsorganisatie, samen met de sociale partners en de wetenschappelijke en medische wereld, met de bedoeling arbeid aan te passen aan het individu.

Ondertekenaars

  • Matéo Alaluf, doctor sociale wetenschappen.
  • Virginie Caverneels, studiedienst – De Algemene Centrale ABVV.
  • Alain Clauwaert, Voorzitter – De Algemene Centrale ABVV.
  • Véronique De Keyser, euro gedeputeerde Sp.a.
  • Andrea Della Vecchia, directeur van de studiedienst van de Algemene Centrale – ABVV.
  • Pierre Drielsma, Fédération des maisons médicales.
  • Zoé Genot, federaal gedeputeerde GROEN.
  • Enrico Gibellieri, co-voorzitter van de adviescommissie Industriële reconversie (CCMI) en laatste voorzitter van de EGKS.
  • Staf Hendrickx, geneesheer en schrijver, Médecine pour le peuple.
  • Isabelle Heymans, Algemeen Secretares van Fédération des maisons médicales.
  • Jilali Laaouej, geneesheer, Médecine pour le peuple.
  • Jean-Marie Léonard, mede stichter van het actieplatform gezondheid en solidariteit.
  • Paul Lootens, Algemeen Secretaris ABVV.
  • Julie Maenaut.
  • Estéban Martinez, doctor sociale en politieke wetenschappen, lesgever aan de ULB, faculteit politieke en sociale wetenschappen.
  • Bruno Melckmans, studiedienst ABVV.
  • François Philips, studiedienst ABVV.
  • Karel Van Bever, geneesheer, Médecine pour le peuple.
  • Geert Van Hootegem, professor KULeuven, Centrum voor Sociologisch Onderzoek.
  • Philippe Vigneron, studiedienst – De Algemene Centrale – ABVV.
  • Laurent Vogel, doctor in de rechten en directeur gezondheid en veiligheid van het europees vakbondsinstituut.

Notas

[1] Cijfers uit de publicatie « Sociale ongelijkheden in gezondheid in België”, van het onderzoeksproject TAHIB waaraan werd meegewerkt door de UCL, de VUB en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (Gent, 2011).

[2] Cijfers van 2009.